Achtergrond
Geschiedenis van een polder
600 vóór Christus:
de eerste bewoners vestigen zich op een hoge zandrug. Deze bevindt zich iets ten westen van het toekomstige archeologisch monument. Ze leven onder meer van de landbouw, zoals blijkt uit een beploegde akker van 700 bij 30 meter uit deze periode.
400 vóór Christus:
bij een van de vele overstromingen van de grillige delta van het Oer-IJ loopt de bewoonde zandrug enige tijd onder water. De akkerbouw verplaatst zich in oostelijke richting.
400 vóór Christus - 1400 na Christus:
koeien en varkens worden, samen met allerlei gebruiksvoorwerpen, begraven in ronde kuilen. Dit ritueel houdt mogelijk verband met de wisseling der seizoenen (en de bijbehorende goden).
50 vóór Christus-200 na Christus:
de Romeinen dringen door tot in het noorden van ons land. Ze bouwen onder meer een fort bij Velsen. Of ze zich met hun paarden en wagens ook in de drassige Broekpolder hebben gewaagd, is onduidelijk; er zijn hier geen voorwerpen gevonden die op hun aanwezigheid duiden. Wel zijn enkele van hun typische mantelspelden (fibulae) aangetroffen, maar die kunnen de bewoners van de polder ook verworven hebben tijdens de ruilhandel.
200 tot begin jaartelling:
de eerste boerderijen worden gebouwd. Ze zijn van het drieschepige type, dat in die tijd vrij algemeen voorkwam in het noordwesten van Europa.
1ste tot 8ste eeuw na Christus: mensen, dieren (paarden) en luxe gebruiksvoorwerpen worden geofferd door ze in een meertje te gooien.
1250:
In de strijd tegen de Westfriezen stichten de graven van Holland in de directe omgeving een aantal versterkte burchten, zoals Oud Haerlem en Marquette op Heemskerks grondgebied en een kasteel in Castricum. Mogelijk dateren ook Meresteijn en Oosterwijk (in Beverwijk) uit deze tijd. De strijd laat ook zijn sporen na in de Broekpolder.
1292:
Floris V reorganiseert de rechtspraak, geeft Kennemerland eigen landrechten en ontwikkelt een systeem van waterlopen om de wateroverlast te beheersen. Zijn ingrepen zijn nog steeds herkenbaar in het landschap.
1750:
op een kaart van Noord-Kennemerland heet het Beverwijkse deel van de polder de Wyker Broek en het Heemskerkse deel de Zuider Broeks Polder.
1865:
de Wijkermeer wordt ingepolderd, waardoor de wateroverlast in het gebied afneemt. In hetzelfde jaar kan een begin worden gemaakt met de aanleg van de spoorlijn Haarlem-Uitgeest.
1880-1914:
de aanleg van de Stelling van Amsterdam, waarvan Fort Veldhuis een van de belangrijke verdedigingswerken is. De stelling bestaat onder meer uit een ingenieus en uitgebreid stelsel van waterlopen.
1900:
er komt een (voorlopig) eind aan de bewoning van de Broekpolder. In de directe omgeving zijn voldoende drogere gronden ter beschikking gekomen. De polder wordt voornamelijk gebruikt voor de beweiding van melkvee en voor een enkele eendenkooi.
1957:
Aanleg van de rijkssnelweg A9 (Haarlem-Alkmaar), die het poldergebied doorsnijdt. Tevens ingebruikname Velsertunnel.
1993:
Het Rijk wijst na overleg met Beverwijk en Heemskerk de Broekpolder aan als `Vinex-locatie'. De gemeenten kunnen nu met een omvangrijk nieuwbouwproject tegemoetkomen aan de groeiende woningbehoefte in de regio.
1998:
Beverwijk en Heemskerk sluiten een overeenkomst met de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek en de provincie Noord-Holland over nieuwbouw in de Broekpolder. Een gebied van ongeveer 5 hectare in het centrum van de woonwijk blijft onbebouwd en zal als archeologisch monument worden opgenomen in het groenplan.
1999:
De polder die lokaal bekend staat als de Wijkerbroek (in Beverwijk) en de Zuidbroek (in Heemskerk), worden in het nieuwe bestemmingsplan samen opgevoerd onder de naam Broekpolder.
2000:
in juni keurt de provincie het bestemmingsplan Broekpolder goed.
2001:
Bouwstart van De Lanen 7 & 8, de eerste wijk in het 21ste-eeuwse nieuwbouwproject de Broekpolder.